Jaarlijkse vergoeding voor de Huurders Organisatie per voordeur


Inleiding

CBRE Global Investors (CBRE) en de verantwoordelijke vastgoedmanagers hechten belang aan de betrokkenheid van, inspraak van en sociale cohesie tussen bewoners en stimuleert daarom de oprichting van representatieve huurdersorganisaties (verenigingen of commissies) met als doel de belangen van alle bewoners van een complex te behartigen en de kwaliteit van bewoning.   CBRE investeert in met name midden huurwoningen, is maatschappelijk betrokken en gericht op het lange termijn verantwoord investeren in inclusieve en leefbare gebieden waar mensen op lange termijn willen wonen. Dit wordt gedaan ten einde stabiele rendementen te behalen voor institutionele beleggers,  met name Nederlandse pensioenvermogens.

Het overleg tussen verhuurder en huurders heeft een wettelijke basis, namelijk de Wet op het overleg huurders-verhuurder. Deze wet (“Overlegwet”) vormt het kader voor het overleg tussen verhuurder en huurder. Van de verhuurder wordt gevraagd dat hij overleg pleegt over zijn beleid en beheer met de huurdersorganisatie in het complex. De bepalingen in deze Overlegwet zijn van toepassing op zowel een vereniging als een commissie. Meer informatie over de Overlegwet is te vinden op:

www.rijksoverheid.nl  vervolgens: Kies: “Onderwerpen”, “Bouwen en wonen”, “Huurwoning”, “Vraag en antwoord”, “Rechten en plichten huurders” tenslotte “Welke rechten hebben huurdersorganisaties en bewonerscommissies?

De kosten van de oprichting en de jaarlijkse instandhouding komen voor vergoeding in aanmerking. Het is verstandig en wenselijk om de nieuw opgerichte huurdersorganisatie meteen aan te melden als lid van ons landelijk CBRE Huurders Platform. In de “Wet op het overleg huurders verhuurder” (Overlegwet) is opgenomen de verplichting van de verhuurder een financiële bijdrage (kostenvergoeding) te leveren aan de activiteiten van de huurdersorganisatie.  Deze wet regelt dat verhuurder kosten, die rechtstreeks samenhangen met en redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken van de huurdersorganisatie, vergoedt. Voor de kostenvergoeding van de verhuurder wordt verwezen naar de Overlegwet.

De vergoeding van de verhuurder omvat de kosten, welke de huurdersorganisatie maakt teneinde haar taken naar behoren te vervullen, waaronder bijvoorbeeld:

  • Kosten van overleg van de huurdersorganisatie met verhuurder en/of vastgoedmanager.
  • Kosten van informatieverstrekking van de huurdersorganisatie aan huurders/bewoners.
  • Kosten van de huurdersorganisatie om huurders/bewoners bij standpuntbepaling te betrekken o.a. ten behoeve van de interne organisatie.

Daarnaast wordt er vanuit CBRE waarde gehecht aan sociale activiteiten gericht op sociale cohesie, prettige bewoning, veiligheid en onderling contact. Als je elkaar als buren beter kent en begrijpt, voel je je sneller thuis en draag je zorg voor een fijne bewoning.

Vergoeding voor huurdersorganisatie binnen CBRE met ingang van 1-1-2020. 

Mede uitgaande van deze wettelijke bepalingen en de in het verleden door CBRE gehanteerde wijze van uitvoering, is het volgende van toepassing.

1. Huurdersorganisaties. De vergoeding aan verenigingen en commissies worden door CBRE gelijkelijk verstrekt. Er wordt hierbij uitgegaan van uniforme toepassing van deze afspraak voor alle huurders-organisaties binnen CBRE. De vergoeding gaat in op 1 januari of 1 juli van het jaar waarin de vastgoedmanager, dan wel CBRE over de oprichting van de huurdersorganisatie wordt geïnformeerd.

2. Kosten voor instandhouding van huurdersorganisaties. De vergoeding is bedoeld voor instandhouding van de interne organisatie van de huurders-organisatie. Hiermede wordt bedoeld, vergaderkosten, kopieerkosten, porti, papier voor mededelingen, reiskosten, artikelen voor gemeenschappelijk gebruik binnen het complex, kosten m.b.t. verwerving van relevante informatie, opbouw reserve voor printer en/of computer, welkomst attentie e.d.

3. Kosten voor opleiding en scholing. Kosten voor opleiding en scholing valt niet onder de vergoeding voor de huurdersorganisatie. Opleiding en scholing om bestuursfuncties binnen de huurdersorganisatie te kunnen uitoefenen worden vanuit het Huurders Platform gestimuleerd en voorgesteld; de vergoeding hiervan zal vanuit het huurdersplatform in overleg met CBRE worden geregeld.

4. Kosten voor sociale cohesie binnen het wooncomplex. CBRE staat positief tegenover het organiseren van bewonersactiviteiten en de rol die de huurdersorganisatie hierin kan spelen. De huurdersorganisatie kan een positieve rol spelen bij het stimuleren van het onderlinge bewonerscontact ten einde de leefbaarheid, veiligheid en samenhang in het gebouw, prettigere bewoning en het bieden van een fijn thuis te realiseren.                                                                       Met sociale cohesie wordt bedoeld de samenhang binnen het wooncomplex. Voorbeelden in dit geval zijn het organiseren van een barbecue, burenborrel voor eigen bewoners, nieuwjaarsborrel, een lief en leed potje en/of het opzetten van een hulpdienst bij ziekte vanuit sociale zorgplicht, e.d.                                             De kosten verband houdende met sociale cohesie, zijn niet in de standaardvergoeding opgenomen. Een eventuele bijdrage hiervoor dient afzonderlijk door de huurdersorganisatie zelf aangevraagd te worden via de vastgoedmanager met duidelijke omschrijving van de activiteiten en bijbehorende begroting.                                                                                                            Een akkoord en het bedrag hiervan wordt door de vastgoedmanager na overleg met CBRE vastgesteld en aan de betreffende huurdersorganisatie medegedeeld en overgemaakt.

5. De standaard en uniforme vergoeding.

5.1 Voor de huurdersorganisatie: € 9,00 per kalenderjaar per voordeur van woningen in het complex van de huurdersorganisatie.

5.2 De vergoeding mag de huurdersorganisatie naar eigen inzicht besteden, maar wel in het algemene belang van alle bewoners vanuit de huurdersorganisatie.

5.3 Voor complexen van < 25 woningen zal een minimum per huurdersorganisatie worden gehanteerd. Deze bedraagt aldus 25 keer de standaard vergoeding, ofwel: € 225,00. 5.4 De huurdersorganisatie dient voor het einde van de eerste maand in een kalenderjaar een verzoek in voor de vergoeding van dat betreffende jaar (voor de eerste keer in januari 2020). 5.5 De vergoeding wordt voor het einde van de tweede maand van dat kalenderjaar aan de huurdersorganisatie  uitbetaald op de bankrekening van de vereniging of in geval van een vergoeding van een commissie op de privé bankrekening van de penningmeester. 5.6 Indien de vergoeding binnen deze regeling niet toereikend is, kan de huurdersorganisatie een begroting opstellen en aan de vastgoedmanager op basis van die begroting een hogere vergoeding dan de standaardvergoeding vragen. Dit ter beoordeling van de vastgoedmanager in overleg met CBRE. Bij de bepaling of een vergoeding niet toereikend is wordt bij een vereniging de bijdragen van leden buiten beschouwing gelaten cq bij een commissie de bijdragen van bewoners. 5.7 De inkomsten en uitgaven van een vereniging dienen door een kascommissie te worden gecontroleerd volgens de statuten van de vereniging. 5.8 Jaarlijks dient aan het einde van het jaar in een vergadering van een commissie een overzicht van inkomsten en uitgaven betreffende deze vergoeding besproken te worden en door alle commissieleden voor akkoord getekend te worden, ten einde controle te houden op vergoedingen die op een privé bankrekening worden overgemaakt. 5.9 Het in punt 5.7 bedoelde verslag van de kascommissie (bij een vereniging) of het in punt 5.8 bedoelde overzicht van inkomsten en uitgaven (bij een commissie), dient in het daarop volgende jaar als bijlage bij het in punt 5.4 bedoelde verzoek te worden toegevoegd. [/av_textblock]